Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 71 Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6527.

3.6.4 In rov. 2.11 heeft het Hof ten slotte onderzocht of de omstandigheid dat de hiervoor in 3.2 beschreven gang van zaken meebrengt dat (de curator van) Lagero Europe de vordering niet meer geldend kan maken, grond kan zijn voor een uitzondering op de bedoelde hoofdregel. Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord op de grond dat [eiseres] het aan haar zelf te wijten heeft dat de cessie van de vordering van Lagero Europe niet tijdig aan [verweerder] is meegedeeld. Het Hof is hierbij kennelijk ervan uitgegaan dat uit de stellingen van [eiseres] voortvloeit dat, indien cessie rechtsgeldig zou hebben plaatsgevonden, zij haar schade had kunnen delgen door het uitoefenen van de vordering van Lagero Europe op [verweerder]. Deze oordelen geven niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn evenmin onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Dit geldt ook voor de laatste volzin van rov. 2.11, die moet worden verstaan zoals zojuist weergegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cfc8cb60122e1dfe786e847b2aaf72e7a75b9f1dc814e072cc4643eab37efcc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cfc8cb60122e1dfe786e847b2aaf72e7a75b9f1dc814e072cc4643eab37efcc, en de alinea staat in dat document op bytes 23704 tot 24676.