Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 40 Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6532.

3.4 Onderdeel II richt zich tegen de eindbeschikking van het Hof en klaagt dat de overwegingen op grond waarvan het Hof tot het oordeel is gekomen dat de moeder in het haar opgedragen bewijs is geslaagd, onjuist althans onbegrijpelijk zijn. Het onderdeel ziet eraan voorbij dat de waardering van het bijgebrachte bewijs is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, en in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. Het bestreden oordeel van het Hof is ook niet onbegrijpelijk. Hierop stuiten alle klachten van het onderdeel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/078a238052e4eea7bd0899f09c64a624bb4c8e420e8d3d60420507c591d0ee44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 078a238052e4eea7bd0899f09c64a624bb4c8e420e8d3d60420507c591d0ee44, en de alinea staat in dat document op bytes 15277 tot 15836.