Citaat | Hoge Raad 25 juli 2000

Alinea 17 Hoge Raad 25 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 25 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6595.

Belanghebbende exploiteert in maatschapsverband met zijn zoon een melkveehouderij. Tot het ondernemingsvermogen behoren twee percelen grond waarop een ruilverkavelingsrente rust. De op de gronden betrekking hebbende ruilverkavelingsschulden zijn in 1979 ontstaan. Zij bedroegen oorspronkelijk ƒ 38.166,60 en ƒ 6.239,--, tezamen derhalve ƒ 44.405,60. De ruilverkavelingsschulden worden voldaan in de vorm van jaarlijkse annuïteiten met een looptijd van 30 jaar, berekend tegen een rente van 2,875%. De annuïteiten zijn ingegaan op 1 januari 1979 en belopen ƒ 1.908,33 en ƒ 311,95, tezamen derhalve ƒ 2.220,28 (hierna: de ruilverkavelingsrente).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee8e49b8b340f846a647ed7716729f14768498b7d3794cfdbfe2802adfa59f1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee8e49b8b340f846a647ed7716729f14768498b7d3794cfdbfe2802adfa59f1a, en de alinea staat in dat document op bytes 6225 tot 6891.