Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 27 Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6736.
3.4 Voorzover onderdeel 2 van het middel tot uitgangspunt neemt dat de Ondernemingskamer in rov. 4.3 van haar beschikking als haar oordeel te kennen heeft gegeven dat is gebleken van gegronde redenen om te twijfelen aan de juistheid van het beleid van EBS, mist het feitelijke grondslag. In die overweging verwerpt de Ondernemingskamer slechts de stelling van EBS dat het verzoek van de Bonden zonder redelijke grond is gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ea460b2f330770a2c9321a275b73b3bafd2f6ab36fd220170b56c414526d50e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ea460b2f330770a2c9321a275b73b3bafd2f6ab36fd220170b56c414526d50e, en de alinea staat in dat document op bytes 7675 tot 8115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ea460b2f330770a2c9321a275b73b3bafd2f6ab36fd220170b56c414526d50e | shasum -a 256