Citaat | Hoge Raad 8 maart 2000

Alinea 16 Hoge Raad 8 maart 2000

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6922.

3.4. De klacht dat het Hof de betekenis van het aangetekend verzenden met ontvangstbewijs heeft miskend, is gegrond. Het Hof had, tenzij het de niet-ontvankelijkverklaring had willen handhaven op de grond dat (in ieder geval) de aanvulling van het beroepschrift niet was ingediend binnen de gestelde termijnen, immers behoren te onderzoeken welk poststuk met als afzender de gemachtigde van belanghebbende op 29 april 1997 in ontvangst is genomen. Indien hierover geen zekerheid was te verkrijgen, had belanghebbende alsnog in de gelegenheid behoren te worden gesteld het beroepschrift aan te vullen met een motivering. Hiertoe had het door belanghebbende overgelegde afschrift van een aanvullend beroepschrift met dagtekening 28 april 1997 kunnen dienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/549eab8379fadd11cda7013ae2a6128c3f076dd73f4c17d30f7f6d549d81d773. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 549eab8379fadd11cda7013ae2a6128c3f076dd73f4c17d30f7f6d549d81d773, en de alinea staat in dat document op bytes 7431 tot 8199.