Citaat | Hoge Raad 6 september 2000
Alinea 16 Hoge Raad 6 september 2000
Een alinea uit Hoge Raad 6 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7010.
Het subsidiaire onderdeel van het middel betoogt dat indiening van het verzoek binnen de termijn waarbinnen bezwaar kan worden aangetekend tegen de ingediende aangifte omzetbelasting over het tijdvak januari 1998 als tijdig kan worden aangemerkt, aangezien het verzoek technisch een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de aangifte omzetbelasting over het tijdvak januari 1998. Het verwijst in dit verband naar het verzoek als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). Dit betoog vindt echter geen steun in het recht. Het verzoek kan niet anders worden gedaan dan bij de in artikel 4c, lid 8 van de Beschikking bedoelde aangifte. Met betrekking tot de teruggaaf van omzetbelasting als bedoeld in artikel 29, lid 1, van de Wet, welke teruggaaf krachtens artikel 33, lid 1, van de Wet moet worden verzocht bij de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan, is dit niet anders. Het onderdeel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/192e5b83fa531ac7f3ddaf43b244ee1da6d24ebeccac7111f017fd16ad516d05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 192e5b83fa531ac7f3ddaf43b244ee1da6d24ebeccac7111f017fd16ad516d05, en de alinea staat in dat document op bytes 7622 tot 8599.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/192e5b83fa531ac7f3ddaf43b244ee1da6d24ebeccac7111f017fd16ad516d05 | shasum -a 256