Citaat | Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 39 Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7043.
3.6 Onderdeel 4 bestrijdt het oordeel van het Hof dat de rede-lijkheid en billijkheid niet leiden tot een ander oordeel dan dat Cento Nederland, bij ge-breke van toestemming van Cento, niet bevoegd is tot inning van de vorderin-gen. Dit oordeel be-rust in hoofdzaak op een waardering van omstandigheden van feitelijke aard en is niet onbegrijpelijk. Het Hof heeft in dit verband met juistheid gewezen op de mogelijkheid de vorde-ring op Cento in de verdeling te betrekken. Daaraan doet niet af dat, zoals het middel betoogt, betaling aan de gemeenschap voorafgaande aan de verdeling geboden kan zijn, nu noch uit het middel noch uit de toelichting blijkt waarom de vordering op Cento niet in de verdeling zou kunnen worden betrokken (vgl. hetgeen hiervoor in 3.4 is over-wogen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dfbac18f0eb7461ab799c95dee469f25db9df7698ae7718626242fa23a06ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dfbac18f0eb7461ab799c95dee469f25db9df7698ae7718626242fa23a06ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 11485 tot 12276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0dfbac18f0eb7461ab799c95dee469f25db9df7698ae7718626242fa23a06ac0 | shasum -a 256