Citaat | Hoge Raad 8 september 2000

Alinea 30 Hoge Raad 8 september 2000

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7048.

Op 31 augustus 1986 heeft de dochter aangifte gedaan van sexueel misbruik door haar vader gepleegd in de periode van omstreeks 1978 tot en met 1983. De vader is bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 9 december 1986 veroordeeld voor het plegen van ontucht met haar in de periode van 1 september 1981 tot en met 1983. De dochter is op 27 mei 1987 meerderjarig geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7d68fb895da9b021ea8d911ea2cf749aa246d88e09752d2078ac763ca92ed25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7d68fb895da9b021ea8d911ea2cf749aa246d88e09752d2078ac763ca92ed25, en de alinea staat in dat document op bytes 7417 tot 7823.