Citaat | Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 39 Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7048.
3.4 De onmiddellijke werking van de verjaringsregeling van art. 3:310 lid 4 BW houdt echter niet in dat een civiele vordering tot schadevergoeding, die is gebaseerd op strafbare feiten gepleegd vóór de inwerkingtreding van die regeling en die volgens de op dat tijdstip geldende regels reeds was verjaard, zou herleven. Voor het onderhavige geval betekent dit dat indien de vordering volgens het tot dan toe geldende recht reeds vóór 1 september 1994 zou zijn verjaard - hetgeen naar de vader stelt het geval is - de dochter geen beroep meer kan doen op art. 3:310 lid 4 BW. Voorzover de onderdelen 2 en 3 uitgaan van een andere opvatting, falen zij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7d68fb895da9b021ea8d911ea2cf749aa246d88e09752d2078ac763ca92ed25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7d68fb895da9b021ea8d911ea2cf749aa246d88e09752d2078ac763ca92ed25, en de alinea staat in dat document op bytes 13153 tot 13821.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7d68fb895da9b021ea8d911ea2cf749aa246d88e09752d2078ac763ca92ed25 | shasum -a 256