Citaat | Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 41 Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7048.
Het Hof heeft geen ondubbelzinnig uitsluitsel gegeven over de aanvang van de verjaringstermijn. Het heeft slechts geoordeeld dat de verjaringstermijn van vijf jaar van art. 3:310 lid 1 BW, waarop de vader een beroep had gedaan, op zijn laatst op 1 januari 1990 is aangevangen, en heeft daarmee, anders dan de overgangsregeling bij het nieuwe vierde lid van art. 3:310 BW vereist, nagelaten vast te stellen of de onderhavige vordering niet reeds op 1 september 1994 was verjaard. Het verwijzingshof zal dit alsnog dienen te doen. Bij die vaststelling zal het hof in zijn oordeel moeten betrekken hetgeen omtrent het aanvangstijdstip van de verjaring door de Hoge Raad in zijn arrest van 23 oktober 1998, nr. 16567, NJ 2000, 15, is overwogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7d68fb895da9b021ea8d911ea2cf749aa246d88e09752d2078ac763ca92ed25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7d68fb895da9b021ea8d911ea2cf749aa246d88e09752d2078ac763ca92ed25, en de alinea staat in dat document op bytes 14113 tot 14866.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7d68fb895da9b021ea8d911ea2cf749aa246d88e09752d2078ac763ca92ed25 | shasum -a 256