Citaat | Hoge Raad 20 september 2000

Alinea 16 Hoge Raad 20 september 2000

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7158.

3.5. Het Hof heeft deze maatstaf blijkens zijn uitspraak niet miskend, maar ten onrechte geoordeeld dat de gemeente in het onderhavige geval in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen rauwelijks tot betekening van het exploot aan belanghebbende over te gaan. De in dit verband door het Hof genoemde omstandigheden kunnen dat oordeel immers niet ondersteunen. De omstandigheid dat, gelet op de datum van de aanmaning en die van de bijschrijving, een redelijk vermoeden bestond dat de betaling de aanmaning had gekruist, is onvoldoende omdat belanghebbende reeds voordien in gebreke was met de betaling van de laatste termijn en zij niet zonder meer ervan mocht uitgaan dat de verschuldigd geworden aanmaningskosten wel zouden worden kwijtgescholden. Dit geldt te meer nu in de tot de stukken van het geding behorende aanmaning is vermeld dat indien aan het betalingsverzoek geen, dan wel slechts gedeeltelijk gevolg wordt gegeven, de invorderingskosten met minimaal f 50,-- toenemen. Ook de door het Hof genoemde omstandigheid dat - naar de gemeente uit het betalingsgedrag van belanghebbende gedurende twintig jaar bekend kon zijn - belanghebbende niet onwillig was de verschuldigde belasting en aanmaningskosten tijdig te voldoen, geeft geen grond voor het oordeel dat de gemeente in redelijkheid niet, althans niet zonder voorafgaande waarschuwing, tot invordering van het resterende belastingbedrag mocht overgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d28d0844dd2688fcca7a87c472b88192f969f3db798885edd6cde14db993f5a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d28d0844dd2688fcca7a87c472b88192f969f3db798885edd6cde14db993f5a8, en de alinea staat in dat document op bytes 8033 tot 9476.