Citaat | Hoge Raad 20 september 2000

Alinea 14 Hoge Raad 20 september 2000

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7160.

3.2.2. Middel I dat voor wat betreft de naheffingsaanslag in de accijns dit oordeel bestrijdt, kan niet tot cassatie leiden, aangezien de aan ’s Hofs oordeel ten grondslag liggende veronderstelling in dit geval grond ontbeert. De Inspecteur heeft die naheffingsaanslag gebaseerd op nationale bepalingen. De door de Inspecteur - nadien - erkende onjuiste toepassing van artikel 88 van de Wet op de accijns houdt, anders dan het middel betoogt, geen schending in van communautair recht. De Richtlijn algemene regeling accijnsprodukten (92/12/EEG) verplicht in artikel 31 de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om op 1 januari 1993 aan deze richtlijn te voldoen. Nederland is, voorzover in dit geding van belang, niet nalatig geweest in het voldoen aan die verplichting; voor een regeling als vervat in artikel 88 van de Wet op de accijns laat de richtlijn ruimte. De door belanghebbende gestelde schade is dan ook niet veroorzaakt door schending van een uit hoofde van het gemeenschapsrecht op Nederland rustende verplichting. Van een door het gemeenschapsrecht beheerste aanspraak op schadevergoeding kan in dit geval derhalve geen sprake zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e89b99e2f0c6f03d0188090db1f5558382e0fe7e21f2bd4a3e6972ea0f034428. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e89b99e2f0c6f03d0188090db1f5558382e0fe7e21f2bd4a3e6972ea0f034428, en de alinea staat in dat document op bytes 6918 tot 8131.