Citaat | Hoge Raad 22 september 2000

Alinea 59 Hoge Raad 22 september 2000

Een alinea uit Hoge Raad 22 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7199.

3.11 In overeenstemming met hun van meet af aan verdedigde stellingname hebben de hervormde gemeenten in hoger beroep ter toelichting van hun grieven I en II betoogd dat, voor zover zij al daden van beheer en/of bezit hebben verricht, deze niet ondubbelzinnig zijn geweest. Zij hebben daartoe, kort gezegd, aangevoerd dat zij zich steeds ervan bewust zijn geweest dat niet zij, maar de burgerlijke gemeenten eigenaar van de kerktorens waren. Zij hebben weliswaar onderhoud aan die kerktorens verricht, maar de reden daarvan was dat de kerkgebouwen, waarbij die torens behoren, hun eigendom zijn en die torens door hun bouwvallige staat schade dreigden toe te brengen aan bezoekers van hun kerk of de daarbij gelegen kerkhoven. Over de eigendom van de kerktorens, aldus de toelichting op grief I, is echter "door de decennia heen altijd dispuut geweest". Tegen de achtergrond van deze stellingname klaagt onderdeel 5 terecht dat het Hof zijn in rov. 8 besloten liggende oordeel dat de hervormde gemeenten als ondubbelzinnige bezitters van de desbetreffende kerktorens moeten worden aangemerkt, ontoereikend heeft gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68bec496e6a30af8c350e5f4551238dfd7b7ba708c411626c97beb15f70aa074. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68bec496e6a30af8c350e5f4551238dfd7b7ba708c411626c97beb15f70aa074, en de alinea staat in dat document op bytes 17825 tot 18962.