Citaat | Hoge Raad 27 september 2000

Alinea 58 Hoge Raad 27 september 2000

Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7245.

4.1 De middelen met betrekking tot rov. 3.11 gaan terecht ervan uit dat het in de wet vastgelegde stelsel van het recht van enquête twee afzonderlijke procedures inhoudt. De eerste procedure voorziet in de mogelijkheid van een verzoek tot het instellen van een onderzoek als nader in art. 2:345 BW is omschreven. De tweede procedure, bedoeld in art. 2:355, komt pas aan de orde indien het in art. 2:345 bedoelde verzoek is toegewezen en nadat het verslag van de uitkomst van het onderzoek op de voet van art. 2:353 ter griffie is nedergelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7d19f870d2fb7ccb6240a49509d074fd588167a12289ce62ebf6de12455d6a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7d19f870d2fb7ccb6240a49509d074fd588167a12289ce62ebf6de12455d6a5, en de alinea staat in dat document op bytes 11951 tot 12507.