Citaat | Hoge Raad 29 september 2000
Alinea 48 Hoge Raad 29 september 2000
Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7283.
4.3 Middel III keert zich met motiveringsklachten tegen 's Hofs oordeel in zijn rov. 22 dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde mede tegen de achtergrond van de tussen partijen in de bodemprocedure gewezen arresten van het Hof te 's-Gravenhage van 22 september 1995 en van de Hoge Raad van 28 maart 1997, nr. 16201, NJ 1997, 581, geen nadere motivering dan door het Hof is gegeven. Het middel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90edc93f9e164b63af5acde96e337d7ac47f84a5b42dc2b4180434ad3fe94233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90edc93f9e164b63af5acde96e337d7ac47f84a5b42dc2b4180434ad3fe94233, en de alinea staat in dat document op bytes 14063 tot 14555.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90edc93f9e164b63af5acde96e337d7ac47f84a5b42dc2b4180434ad3fe94233 | shasum -a 256