Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2000

Alinea 151 Hoge Raad 6 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7359.

Het middel betoogt in vier subonderdelen, kort samengevat, dat het hof ten onrechte of op onbegrijpelijke gronden het scheermesje beschouwt als een “onderdeel” (in de zin van art. 13 A, lid 6 onder c, BMW) van het scheergerei. In de opvatting van Gillette zijn de scheermesjes zowel technisch als commercieel het product, waarom het gaat. Als er al onderscheid gemaakt zou moeten worden tussen hoofdzaak en onderdeel van het scheergerei, dan vormen de mesjes de hoofdzaak en niet slechts een onderdeel. In ieder geval kan de goedkope houder (het “stokje”) volgens Gillette niet als het hoofdbestanddeel van het scheergerei worden aangemerkt. De schriftelijke toelichting van Gillette (onder 19) ontleent een voorbeeld aan het spraakgebruik: onder deze uitzonderingsregel mag een autobedrijf wel de door hem geproduceerde motorkappen aanbieden met de aanduiding “past op een Citroën Xantia”, maar is het niet geoorloofd auto’s te verkopen met de aanduiding: “deze auto past bij de motorkap van een Citroën Xantia”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6782f90e0709e2279e2e740b40e33ce20aff8a3a4a436f91c2ffe1fdd44458a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6782f90e0709e2279e2e740b40e33ce20aff8a3a4a436f91c2ffe1fdd44458a, en de alinea staat in dat document op bytes 52401 tot 53447.