Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2000
Alinea 38 Hoge Raad 6 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7360.
[Verweerder] heeft zijn werkgeefster KGS gedagvaard voor de Kantonrechter en, voorzover in cassatie nog van belang, betaling van loon gevorderd over een tijdvak vanaf maart 1993, met nevenvorderingen. Bij tussenvonnis van 29 maart 1995 heeft de Kantonrechter [verweerder] een bewijsopdracht gegeven. Bij conclusie na enquete heeft [verweerder] zijn vordering vermeerderd met een bedrag van DM 8.251,97, als vergoeding van onkosten, welke KGS hem nog verschuldigd was. In zijn eindvonnis van 14 februari 1996 heeft de Kantonrechter de loonvordering van [verweerder] over het tijdvak van maart 1993 tot en met januari 1994 toegewezen. Het bedrag van DM 8.251,97 heeft de Kantonrechter "als niet bestreden" toegewezen (rov. 6.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11, en de alinea staat in dat document op bytes 11444 tot 12183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11 | shasum -a 256