Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2000

Alinea 39 Hoge Raad 6 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7360.

KGS heeft hoger beroep ingesteld. In grief 3 maakte zij alsnog bezwaar tegen de post van DM 8.251,97. Zij betwistte te dier zake enig bedrag verschuldigd te zijn en betoogde dat [verweerder], op wie de bewijslast rust, heeft verzuimd stukken ter onderbouwing van zijn vordering over te leggen. Bij memorie van antwoord, tevens incidentele memorie van grieven houdende vermeerdering van eis, heeft [verweerder] een specificatie van zijn kosten overgelegd. KGS heeft vervolgens een akte, houdende uitlating vermeerdering van eis, genomen, welke akte uitsluitend betrekking had op de hier niet relevante kwestie van de vermeerdering van eis in hoger beroep (het betrof de wettelijke verhoging van art. 7:625 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11, en de alinea staat in dat document op bytes 12191 tot 12913.