Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2000

Alinea 42 Hoge Raad 6 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7360.

3.2 Onderdeel 6 van het middel klaagt dat het oordeel van de Rechtbank dat het verweer van KGS als onvoldoende gemotiveerd moet worden gepasseerd, omdat KGS daarop in haar nadien genomen akte niet meer is teruggekomen, onjuist is. Deze klacht is gegrond. Van de appellant in het principale hoger beroep kan in het algemeen niet worden verlangd dat hij bij zijn memorie van antwoord in het incidentele hoger beroep op stellingen in de memorie van antwoord in het principale hoger beroep reageert (HR 23 oktober 1998, nr. 16709, NJ 1999, 114). De inhoud van voormelde akte beperkt zich tot een uitlating over de bij incidenteel hoger beroep vermeerderde eis. In cassatie moet het er derhalve voor worden gehouden dat KGS niet de gelegenheid heeft gehad inhoudelijk op de stellingen in de memorie van antwoord betreffende dit onderdeel van de vordering in te gaan. De enkele omstandigheid dat KGS in deze akte niet meer heeft gereageerd op de inhoud van de memorie van antwoord kan het bestreden oordeel dus niet dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11, en de alinea staat in dat document op bytes 13831 tot 14861.