Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2000

Alinea 43 Hoge Raad 6 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7360.

3.3 Onderdeel 2 van het middel is gericht tegen het oordeel van de Rechtbank, vervat in de eerste volzin van de hiervoor geciteerde rov. 7.9. Dit oordeel is onbegrijpelijk nu [verweerder] met betrekking tot deze vordering in het geding in eerste aanleg niet meer heeft gesteld dan dat hij uit hoofde van de door hem voor KGS (door hem toen aangeduid als Diamind Holding) gemaakte onkosten thans van KGS het bedrag van DM 8.251,97 te vorderen heeft, terwijl, waar de Rechtbank oordeelt dat de vordering van [verweerder] met schriftelijke bescheiden is geadstrueerd, zonder nadere motivering, welke ontbreekt, niet duidelijk is op welke van de door [verweerder] in het geding gebrachte stukken de Rechtbank het oog heeft. Onderdeel 2 is derhalve eveneens gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbf6072aa697fd534a939812173527b28c78bd8f6a8bc2a186c24ac55790dc11, en de alinea staat in dat document op bytes 14881 tot 15655.