Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2000
Alinea 26 Hoge Raad 6 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7362.
Bij arrest van 17 juni 1998 heeft het Hof in het principaal en incidenteel appèl het tussenvonnis van 2 februari 1996 bekrachtigd en het eindvonnis van 15 november 1996 vernietigd. Opnieuw rechtdoende heeft het Hof de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen vastgesteld op de wijze als overwogen in de rovv. 4.7 tot en met 4.7.4, de man veroordeeld tot betaling aan de vrouw van (a) een bedrag van ƒ 26.499,17 en (b) een bedrag gelijk aan de wettelijke rente vanaf 1 april 1992 tot en met 4 februari 1994 over een bedrag van ƒ 26.499,17, en vanaf 4 februari 1994 over een bedrag van ƒ 1.499,17 tot het tijdstip waarop de vordering van de vrouw terzake van overbedeling is voldaan. Voorts heeft het Hof bepaald dat partijen gehouden zijn om de helft van de kosten, verbonden aan de uitvoering van deze verdeling, te voldoen en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99ebefd6821c315dd5a2cb6bce93a0b2d8e8f54bb0ecb594eb68bf2e28e38e84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99ebefd6821c315dd5a2cb6bce93a0b2d8e8f54bb0ecb594eb68bf2e28e38e84, en de alinea staat in dat document op bytes 7595 tot 8518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99ebefd6821c315dd5a2cb6bce93a0b2d8e8f54bb0ecb594eb68bf2e28e38e84 | shasum -a 256