Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2000
Alinea 21 Hoge Raad 6 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7366.
In voormelde beschikking heeft de Hoge Raad tevens geoordeeld dat wanneer een dergelijke voorwaardelijke machtiging wordt verleend, zulks in de beschikking tot uitdrukking behoort te worden gebracht. De beslissing dient derhalve in te houden dat de machtiging voorwaardelijk wordt verleend. Voorts dient de Rechtbank te motiveren op welke gronden zij heeft aangenomen dat, alhoewel daadwerkelijke opname slechts mogelijk is indien de betrokkene de gestelde voorwaarde(n) niet naleeft, er toch een zodanig gevaar bestaat dat het verlenen van de gevraagde machtiging is geboden. Aldus wordt de Hoge Raad in staat gesteld om binnen de door het cassatieberoep gestelde grenzen de gedachtengang te beoordelen die de rechtbank heeft geleid tot haar beslissing tot het geven van een voorwaardelijke machtiging tot voortgezet verblijf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d2ba01bf92d6a63fe9b8ccc56498ad93f0707e44917ba2b741e4d551d9ee4fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d2ba01bf92d6a63fe9b8ccc56498ad93f0707e44917ba2b741e4d551d9ee4fe, en de alinea staat in dat document op bytes 8178 tot 9018.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d2ba01bf92d6a63fe9b8ccc56498ad93f0707e44917ba2b741e4d551d9ee4fe | shasum -a 256