Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2000

Alinea 16 Hoge Raad 11 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7410.

3.2. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dient de uitspraak van een hof voor het geval een der partijen in cassatie aanvoert dat de oproeping van het Hof haar niet of niet tijdig heeft bereikt, de feiten in te houden waaruit blijkt dat die oproeping op regelmatige wijze tijdig op het betrokken adres is aangeboden en wordt indien die feiten in de uitspraak ontbreken, die uitspraak vernietigd. In het onderhavige geval klaagt belanghebbende in cassatie niet over de onder 3.1 vermelde gang van zaken. De mondelinge behandeling van de zaak staat in de procedure voor de administratieve rechter in belastingzaken echter zo centraal en is van zo essentieel belang dat de Hoge Raad, nu zonder nader onderzoek uit de stukken waarvan hij kan kennisnemen blijkt dat belanghebbende bij het Hof heeft aangevoerd dat de oproeping hem niet tijdig heeft bereikt en dat het Hof zich niet ervan heeft vergewist dat de oproeping wel op regelmatige wijze tijdig op het betrokken adres is aangeboden, aanleiding vindt ambtshalve de uitspraak van het Hof te vernietigen opdat na verwijzing belanghebbende alsnog de gelegenheid zal hebben zijn beroep mondeling toe te lichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd5d1a197890c4d685c0596f3d73447ec8667c130384d485dee701c15b5197c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd5d1a197890c4d685c0596f3d73447ec8667c130384d485dee701c15b5197c, en de alinea staat in dat document op bytes 7524 tot 8702.