Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2000

Alinea 75 Hoge Raad 11 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7410.

-4. De bal ligt echter niet zomaar in het doel van de geadresseerde. Ook de afzender heeft zo zijn verplichtingen. "Met betrekking tot aangetekende brieven geldt meer in het bijzonder dat de afzender daarvan, wanneer de geadresseerde stelt dat de brief hem niet heeft bereikt, dient te bewijzen dat hij de brief aangetekend en naar het juiste adres heeft verzonden, en bovendien aannemelijk dient te maken dat de brief aan de geadresseerde is aangeboden op de wijze die daartoe ter plaatse van de bestemming is voorgeschreven", aldus HR 8 september 1995, nr. 15 712, RvdW 1995, 167. De Hoge Raad verwijst in dit verband naar zijn arrest van 10 augustus 1990, NJ 1991, 229; het gaat dus om vaste rechtspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd5d1a197890c4d685c0596f3d73447ec8667c130384d485dee701c15b5197c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd5d1a197890c4d685c0596f3d73447ec8667c130384d485dee701c15b5197c, en de alinea staat in dat document op bytes 25500 tot 26220.