Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2000

Alinea 76 Hoge Raad 11 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7410.

In het onderhavige arrest wordt daarbij naadloos aangesloten. Weliswaar wordt van het hof geen bewijslevering verwacht maar indien belanghebbende stelt "dat de hem bij aangetekend schrijven gezonden oproeping voor de mondelinge behandeling van zijn zaak voor het gerechtshof niet aan hem is uitgereikt, noch van de aanbieding van het poststuk een kennisgeving aan zijn adres is afgegeven", moet de uitspraak van het hof wel de vaststelling van feiten inhouden, waaruit voortvloeit dat en wanneer die uitreiking c.q. kennisgeving heeft plaatsgevonden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd5d1a197890c4d685c0596f3d73447ec8667c130384d485dee701c15b5197c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd5d1a197890c4d685c0596f3d73447ec8667c130384d485dee701c15b5197c, en de alinea staat in dat document op bytes 26228 tot 26792.