Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2000

Alinea 79 Hoge Raad 11 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7410.

3.7. Het Hof heeft vastgesteld, hetgeen ook niet wordt weersproken, dat de oproeping tijdig, aangetekend en aan het juiste adres is +verstuurd. Belanghebbende is ter zitting niet verschenen. Twee dagen voordat het Hof mondeling uitspraak gaat doen, laat belanghebbende het Hof bij (fax)bericht van 27 januari 1997 gemotiveerd weten dat er met de postbezorging iets mis is gegaan, dat hij daardoor niet ter zitting is verschenen en dat hij alsnog in de gelegenheid wil worden gesteld zijn beroep mondeling toe te lichten. Het Hof gaat daarop niet in en doet mondeling uitspraak; het proces-verbaal vermeldt alleen dat het beroep is behandeld op de zitting van 16 januari 1997.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd5d1a197890c4d685c0596f3d73447ec8667c130384d485dee701c15b5197c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd5d1a197890c4d685c0596f3d73447ec8667c130384d485dee701c15b5197c, en de alinea staat in dat document op bytes 27845 tot 28534.