Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2000

Alinea 62 Hoge Raad 13 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480.

Bij de beantwoording van deze vraag moet worden vooropgesteld dat, zoals het Hof kennelijk en terecht tot uitgangspunt heeft genomen, door degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over twee rechtspersonen, misbruik kan worden gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze rechtspersonen, en dat hetgeen met zodanig misbruik werd beoogd, in rechte niet behoeft te worden gehonoreerd. Het maken van zodanig misbruik zal in de regel moeten worden aangemerkt als een onrechtmatige daad, die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht. Deze verplichting tot schadevergoeding zal dan niet alleen rusten op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de betrokken rechtspersonen tot medewerking aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, doch ook op deze rechtspersonen zelf, omdat het ongeoorloofde oogmerk van degene die hen beheerst rechtens dient te worden aangemerkt als een oogmerk ook van henzelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4021439361364196960b054c15a0d6d56277e5874b31b8d0255fd38b82cc844. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4021439361364196960b054c15a0d6d56277e5874b31b8d0255fd38b82cc844, en de alinea staat in dat document op bytes 17347 tot 18341.