Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2000
Alinea 49 Hoge Raad 13 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7481.
3.9 Onderdeel 4 is gericht tegen het oordeel in rov. 11, waarin de Rechtbank geen causaal verband aanwezig heeft geacht tussen het niet-nakomen door [verweerder] c.s. van hun aanbiedingsplicht in verband met het aan [eiser] toekomende voorkeursrecht van koop en de door [eiser] gestelde schade wegens verlies van investeringen als gevolg van de door Nedgoed afgedwongen ontrui-ming, nu naar het oordeel van de Rechtbank deze schade een gevolg is van de wanprestatie van [eiser] zelf. Volgens het onderdeel miskent de Rechtbank hiermee dat deze schade er in het geheel niet zou zijn geweest, als [eiser] in staat zou zijn gesteld het pand te kopen, in welk geval het nooit tot ontruiming door Nedgoed zou zijn gekomen. Althans heeft de Rechtbank haar oordeel onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eec79082868839b8325651a5cee4e1eb1b4b6f88d65d5b13d32eae13a48bcd6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eec79082868839b8325651a5cee4e1eb1b4b6f88d65d5b13d32eae13a48bcd6f, en de alinea staat in dat document op bytes 13503 tot 14298.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eec79082868839b8325651a5cee4e1eb1b4b6f88d65d5b13d32eae13a48bcd6f | shasum -a 256