Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2000
Alinea 51 Hoge Raad 13 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7482.
3.8 Met betrekking tot de primaire grondslag van de vordering van [eiser] heeft het Hof in zijn rov. 3 - in cassatie onbestreden en voor zover thans van belang - als volgt geoordeeld. De beweerde onrechtmatige daad van de Gemeente heeft plaatsgevonden in 1986 en de schade is door [eiser] geleden op het moment dat de percelen aan een derde zijn verkocht, te weten 28 oktober 1986, op welk moment de mogelijkheid tot het alsnog aan [eiser] verlenen van een bouwvergunning redelijkerwijs was komen te vervallen. De aanvang van de verjaringstermijn ingevolge de Wet van 31 oktober 1924, Stb. 482, dient in dit geval derhalve te worden gesteld op 1 januari 1987, te weten 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de vordering opeisbaar is geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd8264bcfa1bda18cb1f36e9b8deb9a8be6c2c8cc056415bfd75a6017b1f5512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd8264bcfa1bda18cb1f36e9b8deb9a8be6c2c8cc056415bfd75a6017b1f5512, en de alinea staat in dat document op bytes 16239 tot 17001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd8264bcfa1bda18cb1f36e9b8deb9a8be6c2c8cc056415bfd75a6017b1f5512 | shasum -a 256