Citaat | Hoge Raad 20 oktober 2000

Alinea 39 Hoge Raad 20 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 20 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7702.

3.3 De onderdelen 1.2 en 1.3 keren zich met rechts- en motiveringsklachten tegen het oordeel van de Rechtbank in haar tussenvonnissen van 8 juli 1997 en 24 november 1998 dat [verweerder] en de vennootschap dienen te worden vereenzelvigd. Zij betogen, klaarblijkelijk op het voetspoor van hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in rov. 3.6 van zijn arrest van 13 december 1996, nr. 16115, NJ 1997, 557, dat de Rechtbank hetzij heeft miskend dat voor een dergelijke vereenzelviging slechts plaats kan zijn indien op grond van alle omstandigheden - waaronder de statutaire doelomschrijving van de vennootschap - moet worden aangenomen dat het eigen belang van [verweerder] wordt gediend door het gebruik dat de vennootschap van het gehuurde wil gaan maken, hetzij haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0016c85b4606c356ab8d2181533df2971c6162598bbe9b73e8caa8767efd9ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0016c85b4606c356ab8d2181533df2971c6162598bbe9b73e8caa8767efd9ca, en de alinea staat in dat document op bytes 12033 tot 12848.