Citaat | Hoge Raad 20 oktober 2000
Alinea 46 Hoge Raad 20 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 20 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7702.
3.6 Ingevolge art. 7A:1628a BW is de verhuurder, ingeval de vordering van de verhuurder tot beëindiging van de huur wordt toegewezen, kort gezegd, jegens de huurder tot schadevergoe-ding gehouden, indien de wil het verhuurde persoonlijk in gebruik te nemen als bedrijfsruimte in werkelijkheid niet aanwezig is geweest. Volgens het derde lid van dit artikel is de rechter bevoegd op vordering van de huurder of ambtshalve voor dat geval een bedrag te bepalen, onverminderd het recht van de huurder op verdere schadevergoeding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0016c85b4606c356ab8d2181533df2971c6162598bbe9b73e8caa8767efd9ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0016c85b4606c356ab8d2181533df2971c6162598bbe9b73e8caa8767efd9ca, en de alinea staat in dat document op bytes 16241 tot 16780.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0016c85b4606c356ab8d2181533df2971c6162598bbe9b73e8caa8767efd9ca | shasum -a 256