Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2000

Alinea 20 Hoge Raad 25 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7833.

De lopende pachtovereenkomst liep af op 30 april 1989. Bij beschikking van 15 januari 1990 heeft de Pachtkamer van het Gerechtshof te Arnhem een verzoek tot verlenging van de pacht met zes jaren afgewezen en de pachtovereenkomst slechts verlengd tot 1 mei 1990. De Pachtkamer heeft daartoe overwogen dat een zoon van een van de verpachters het verpachte persoonlijk voor een tot de landbouw betrekkelijk doel in gebruik wilde nemen, als bedoeld in artikel 41, lid 1, van de Pachtwet. Voorts heeft de Pachtkamer op grond van artikel 44, lid 3, van de Pachtwet een bedrag van ¦ 250.000,-- vastgesteld, dat de verpachters aan belanghebbende zouden moeten betalen ingeval achteraf mocht blijken dat de wil om het verpachte persoonlijk in gebruik te nemen in werkelijkheid niet aanwezig is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dbfcb2d0460991aa85a7b09ac9f7c3296ffec4eece9da8cf9a74eebc936e5cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dbfcb2d0460991aa85a7b09ac9f7c3296ffec4eece9da8cf9a74eebc936e5cb, en de alinea staat in dat document op bytes 6942 tot 7749.