Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2000
Alinea 23 Hoge Raad 25 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7833.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende, nu hij door de indeplaatsstelling ingevolge artikel 49 van de Pachtwet met ingang van 17 april 1989 de plaats van zijn vader in de lopende pachtovereenkomst heeft overgenomen en al diens rechten en verplichtingen zijn overgegaan op belanghebbende, sindsdien onmiskenbaar als pachter medegerechtigd was tot het vermogen van de onderneming waarin hij met zijn vader samenwerkte. Hieraan doet naar 's Hofs oordeel niet af dat belanghebbendes vader niettemin ondernemer is gebleven, dat geen duurzame pachtverlenging en volledige bedrijfsovername zijn gevolgd, en dat belanghebbende zijn dienstbetrekking als vrachtwagenchauffeur niet heeft beëindigd. Concluderend heeft het Hof geoordeeld dat het bedrag van ¦ 250.000,--moet worden aangemerkt als winst uit onderneming in de zin van artikel 6, lid 1, van de Wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dbfcb2d0460991aa85a7b09ac9f7c3296ffec4eece9da8cf9a74eebc936e5cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dbfcb2d0460991aa85a7b09ac9f7c3296ffec4eece9da8cf9a74eebc936e5cb, en de alinea staat in dat document op bytes 8581 tot 9455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dbfcb2d0460991aa85a7b09ac9f7c3296ffec4eece9da8cf9a74eebc936e5cb | shasum -a 256