Citaat | Hoge Raad 27 oktober 2000

Alinea 34 Hoge Raad 27 oktober 2000

Een alinea uit Hoge Raad 27 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7908.

3.2 Het beroep is ingesteld bij op 14 juli 1998 uitgebrachte dagvaarding. [Eiser] c.s. hebben het instellen van dit beroep eerst op 2 november 1998 doen inschrijven in het in art. 433 Rv. bedoelde register. Nu derhalve de inschrijving niet heeft plaatsgevonden binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel, zijn [eiser] c.s. ingevolge art. 3:29 lid 3 niet-ontvankelijk in hun beroep voorzover het dat gedeelte van de uitspraak betreft dat betrekking heeft op de verklaring, bedoeld in art. 3:29 lid 1. Dit brengt evenwel de niet-ontvankelijkheid mee van het gehele beroep, nu het aangevoerde cassatiemiddel uitsluitend gericht is tegen oordelen van het Hof die zowel ten grondslag liggen aan 's Hofs beslissing ten aanzien van de verklaring, bedoeld in art. 3:29 lid 1, als aan 's Hofs beslissing ten aanzien van de hiervoor in 3.1 onder II weergegeven verklaring voor recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b744f8205ce73a369ddca210b18804b7ed7307e3c27dc676699f46ec73be8588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b744f8205ce73a369ddca210b18804b7ed7307e3c27dc676699f46ec73be8588, en de alinea staat in dat document op bytes 9425 tot 10324.