Citaat | Hoge Raad 27 oktober 2000
Alinea 35 Hoge Raad 27 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 27 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7908.
3.3 [Eiser] c.s. hebben in de schriftelijke toelichting van hun advocaat tegen de door [verweerster] opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid enige weren aangevoerd, die alle deels van feitelijke aard zijn. Deze weren dienen buiten beschouwing te blijven, nu zij in strijd met de eisen van een goede procesorde niet reeds in de eerder namens [eiser] c.s. genomen ‘conclusie van antwoord op exceptie tot niet-ontvankelijkverklaring’ zijn aangevoerd. Ten overvloede overweegt de Hoge Raad dat zij niet zouden kunnen slagen, zulks op de gronden vermeld in punt 6 van de conclusie van de Advocaat-Generaal De Vries Lentsch-Kostense.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b744f8205ce73a369ddca210b18804b7ed7307e3c27dc676699f46ec73be8588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b744f8205ce73a369ddca210b18804b7ed7307e3c27dc676699f46ec73be8588, en de alinea staat in dat document op bytes 10344 tot 10994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b744f8205ce73a369ddca210b18804b7ed7307e3c27dc676699f46ec73be8588 | shasum -a 256