Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2000
Alinea 53 Hoge Raad 31 oktober 2000
Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7954.
3.4. In deze voorschriften ligt onder meer het zogenaamde bepaaldheidsgebod besloten. Dit houdt in dat de burger moet kunnen weten ter zake van welke gedragingen hij kan worden gestraft. De rechtszekerheid eist dit. Van de wetgever mag worden verlangd dat hij met het oog daarop op een zo duidelijk mogelijke wijze delicten omschrijft. Daarbij moet niet uit het oog worden verloren dat de wetgever soms met een zekere vaagheid, bestaande in het bezigen van algemene termen, delicten omschrijft om te voorkomen dat gedragingen die strafwaardig zijn buiten het bereik van de delictsomschrijving vallen. Die vaagheid kan onvermijdelijk zijn, omdat niet altijd te voorzien is op welke wijze de te beschermen belangen in de toekomst zullen worden geschonden en omdat, indien dit wel is te voorzien, delictsomschrijvingen anders te verfijnd worden met als gevolg dat de overzichtelijkheid wegvalt en daarmee het belang van de algemene duidelijkheid van de wetgeving schade lijdt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a018852177d91cf8717476fc238c26693723ac80c4c9928f54beb88b45b2826e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a018852177d91cf8717476fc238c26693723ac80c4c9928f54beb88b45b2826e, en de alinea staat in dat document op bytes 9827 tot 10814.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a018852177d91cf8717476fc238c26693723ac80c4c9928f54beb88b45b2826e | shasum -a 256