Citaat | Hoge Raad 1 november 2000
Alinea 18 Hoge Raad 1 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 1 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7993.
4.2. Indien, zoals hier, een werknemer in de zin van artikel 2 Coördinatiewet Sociale Verzekering (hierna: CSV) in verband met zijn dienstbetrekking een voordeel geniet van een ander dan die werkgever in de zin van artikel 3 CSV, is - behoudens indien en voor zover sprake is van fooien en dergelijke prestaties van derden welke op grond van artikel 7 CSV in verbinding met artikel 1 van het Besluit van de Sociale Verzekeringsraad van 21 december 1989, nr. 8920774 (hierna: het Fooienbesluit), tot het loon behoren - slechts sprake van premieplichtig loon in de zin van artikel 4 CSV indien dat voordeel wordt verstrekt in opdracht van en voor rekening van die werkgever. Met laatstbedoelde situatie moet echter op één lijn worden gesteld een geval als het onderhavige waarin binnen een concern het voordeel met medeweten van de werkgever wordt verstrekt door een andere concernmaatschappij dan die waarbij de werknemer in dienstbetrekking is en dat voordeel niet aan de werkgever wordt doorberekend. De slotsom waartoe de Centrale Raad is gekomen, is derhalve juist, wat er zij van de daarvoor gebezigde gronden. Middel 2 faalt mitsdien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4e7f35093a46a810946a13ef7a036b848d8cbdd381a07fce2af42493a92506. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4e7f35093a46a810946a13ef7a036b848d8cbdd381a07fce2af42493a92506, en de alinea staat in dat document op bytes 7410 tot 8565.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca4e7f35093a46a810946a13ef7a036b848d8cbdd381a07fce2af42493a92506 | shasum -a 256