Citaat | Hoge Raad 10 november 2000

Alinea 29 Hoge Raad 10 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8252.

Tegen het vonnis van 22 oktober 1997 heeft [eiser] in beide zaken hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Bij memorie van grieven heeft hij gevorderd het vonnis in beide zaken te vernietigen en [verweerder] c.s. te veroordelen tot erkenning van het woonrecht van [eiser] ten aanzien van de woning aan de [f-straat] te [woonplaats E] en de nalatenschap van zijn moeder pas af te (laten) wikkelen nadat de nalatenschap van zijn tante is afgewikkeld en ten aanzien van het pand aan de [a-straat 1] te [woonplaats B] geheel aan [eiser] te doen toekomen en eerst de afwikkeling van de overige nalatenschappen van zijn tante te laten afwikkelen zodat [eiser] over voldoende financiële middelen zal kunnen beschikken dat hij de woning aan de [f-straat] aan zich kan laten toescheiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8ea63f9de343103d292ded8a1e1b8b5fded4f009a29cec1e24f351de1a05cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8ea63f9de343103d292ded8a1e1b8b5fded4f009a29cec1e24f351de1a05cf, en de alinea staat in dat document op bytes 8635 tot 9443.