Citaat | Hoge Raad 10 november 2000

Alinea 40 Hoge Raad 10 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8252.

3.2 In het onderhavige geding heeft [eiser] gevorderd, voor zover in cassatie van belang, voor recht te verklaren dat hem in het kader van de verde-ling van de nalatenschap een ver-goeding dient te worden uitgekeerd, ten minste bedragende de verkoopprijs van het appartementsrecht als omschreven in het testament, plaatselijk bekend [a-straat 1] te [woonplaats B]. Daartoe heeft hij zich beroepen op art. 4:1043 BW, nu niet de erflaatster zelf, maar de bewindvoerder - met toe-stemming van de kantonrechter - het pand heeft vervreemd, zulks terwijl de bewindvoerder wist dat het pand aan hem was gelegateerd. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank, waar-bij deze vor-dering is afgewezen, bekrachtigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8ea63f9de343103d292ded8a1e1b8b5fded4f009a29cec1e24f351de1a05cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8ea63f9de343103d292ded8a1e1b8b5fded4f009a29cec1e24f351de1a05cf, en de alinea staat in dat document op bytes 11339 tot 12055.