Citaat | Hoge Raad 10 november 2000

Alinea 28 Hoge Raad 10 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8253.

3.1 In cassatie, waar kan worden uitgegaan van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda onder 2 vermelde feiten, gaat het om een tweetal vragen. De eerste daarvan betreft het oordeel van de Rechtbank dat de rechtsbetrekking tussen De Klinkaert en de in 1989 door deze tennisvereniging als trainster aangestelde [verweerster] - welke rechtsbetrekking door de Rechtbank, in cassatie onbestreden, is aangemerkt als een overeenkomst van opdracht - een arbeidsverhouding in de zin van art. 1 onder d BBA is, welke alleen met toestemming van de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening kan worden beëindigd. De tweede vraag, die het bestaan van een zodanige arbeidsverhouding tot uitgangspunt neemt, betreft het oordeel van de Rechtbank dat zij, nu [verweerster] nakoming vordert van de uit hoofde van de overeenkomst van opdracht op De Klinkaert rustende betalingsverplichting, niet de bevoegdheid heeft om bij wege van matiging aan De Klinkaert een lagere betalingsverplichting op te leggen dan uit die overeenkomst voortvloeit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1995fa47f436fea57814b1267bf4a5753a320345f7ad372a41980549270b3a7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1995fa47f436fea57814b1267bf4a5753a320345f7ad372a41980549270b3a7b, en de alinea staat in dat document op bytes 8125 tot 9186.