Citaat | Hoge Raad 10 november 2000
Alinea 31 Hoge Raad 10 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8253.
3.3 Tegen deze overweging, waarmee de Rechtbank tot uitdrukking heeft gebracht dat alle daarin vermelde feiten als erkend althans onweersproken tussen partijen vaststaan, keert zich middel I met een motiveringsklacht. Deze klacht betreft meer in het bijzonder de vaststelling dat buiten debat staat dat, zoals vereist is voor het bestaan van een arbeidsverhouding in voormelde zin tussen partijen, [verweerster] gehouden was de bedongen arbeid (het tennisonderricht) persoonlijk te verrichten ten behoeve van De Klinkaert. Naar het middel terecht betoogt, is deze vaststelling in het licht van het feit dat De Klinkaert in hoger beroep bij herhaling zowel in haar memorie van antwoord als bij pleidooi gemotiveerd heeft betwist, dat [verweerster] gehouden was de arbeid persoonlijk te verrichten, zonder nadere, door de Rechtbank niet gegeven, motivering onbegrijpelijk. Dit leidt tot gegrondbevinding van middel I.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1995fa47f436fea57814b1267bf4a5753a320345f7ad372a41980549270b3a7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1995fa47f436fea57814b1267bf4a5753a320345f7ad372a41980549270b3a7b, en de alinea staat in dat document op bytes 10088 tot 11016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1995fa47f436fea57814b1267bf4a5753a320345f7ad372a41980549270b3a7b | shasum -a 256