Citaat | Hoge Raad 10 november 2000
Alinea 73 Hoge Raad 10 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8253.
16. In de eerste plaats berust de reeks van uitspraken waarin de Hoge Raad heeft uitgemaakt dat na een nietig ontslag de loonvordering van de werknemer over de periode na het ontslag vatbaar is voor matiging door de rechter, op analogie met het specifiek voor arbeidsovereenkomsten geschreven art. 7A:1629r (thans art. 7:680) BW. De reeks van uitspraken had (dan ook) uitsluitend betrekking op arbeidsovereenkomsten. Geen van die uitspraken betrof een arbeidsverhouding die voortvloeide uit een andere overeenkomst dan een arbeidsovereenkomst. Zie Arbeidsovereenkomst, losbl., art. 1638d, aant. 13, bew. M.M. Olbers. Uit art. 7:680a BW, waarin de rechterlijke bevoegdheid tot matiging van de loonvordering na een nietig (thans: vernietigbaar) ontslag is gecodificeerd, blijkt dat (ook) de wetgever de matigingsleer slechts van toepassing acht op arbeidsovereenkomsten. Naar zijn bewoordingen is dit artikel uitsluitend van toepassing op arbeidsovereenkomsten in de zin van art. 7:610 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1995fa47f436fea57814b1267bf4a5753a320345f7ad372a41980549270b3a7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1995fa47f436fea57814b1267bf4a5753a320345f7ad372a41980549270b3a7b, en de alinea staat in dat document op bytes 24415 tot 25416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1995fa47f436fea57814b1267bf4a5753a320345f7ad372a41980549270b3a7b | shasum -a 256