Citaat | Hoge Raad 10 november 2000

Alinea 45 Hoge Raad 10 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8254.

3.3.3 Het Hof heeft in zijn tussenarrest aan [verweerster] opgedragen te bewijzen dat zij reed met een snelheid van circa 40 km per uur. Omdat zij in dat bewijs niet is geslaagd, heeft het Hof in rov. 3.9 van zijn eindarrest aangenomen dat [verweerster] harder reed dan 40 km per uur. Daarin en in zijn vaststelling dat zij haar snelheid bij het naderen van de kruising niet heeft verminderd ligt besloten 's Hofs oordeel dat [verweerster] met een te hoge snelheid de kruising is genaderd. Anderzijds was het Hof klaarblijkelijk met de Rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk was dat [verweerster] met een hogere snelheid dan 50 km per uur reed, welk oordeel niet onbegrijpelijk is, nu ten processe geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat [verweerster] de ter plaatse geldende maximumsnelheid heeft overtreden. Het Hof heeft voorts in rov. 3.8 ten gunste van [betrokkene A] rekening gehouden met de omstandigheid dat de Diependaalseweg vlak voor de kruising een bocht naar rechts maakt, doch daarin kennelijk geen belemmering gezien voor het (tijdig) kunnen waarnemen van de auto van [verweerster]. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk en kan voor het overige, als voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, in cassatie niet worden getoetst. De klachten van deze subonderdelen treffen daarom geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a716092ee7efb4273d57c5cb3dcac03aa1932cf2d4de2d3ed605f05eba210b34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a716092ee7efb4273d57c5cb3dcac03aa1932cf2d4de2d3ed605f05eba210b34, en de alinea staat in dat document op bytes 12984 tot 14354.