Citaat | Hoge Raad 10 november 2000

Alinea 33 Hoge Raad 10 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8255.

De vordering van geldgeefster, voortvloeiende uit deze lening wordt geacht te zijn achtergesteld bij alle andere tegenwoordige en toekomstige verplichtingen van de geldneemster, en wel in die zin, dat in geval van faillissement (…) van geldneemster de verplichtingen jegens geldgeefster uit hoofde van de onderwerpelijke lening niet verschuldigd, opeisbaar dan wel voor compensatie vatbaar zijn alvorens alle andere alsdan bestaande schuldverplichtingen zijn voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1f468abd372bb38252388c42d89030ae33f127704d042178ea62d81bfbaff93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1f468abd372bb38252388c42d89030ae33f127704d042178ea62d81bfbaff93, en de alinea staat in dat document op bytes 7436 tot 7918.