Citaat | Hoge Raad 10 november 2000

Alinea 45 Hoge Raad 10 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8258.

Het middel stelt de vraag aan de orde, wanneer een overeenkomst waarbij de eigenaar van gronden waarop een voorkeursrecht krachtens de Wvg is gevestigd, aan een derde zekere rechten op en bevoegdheden ten aanzien van die gronden heeft gegeven, kan worden aangemerkt als een rechtshandeling die is verricht met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan het belang van de gemeente bij haar in de Wvg geregelde voorkeurspositie, zodat de gemeente de nietigheid ervan kan inroepen op de voet van art. 26. Te dien aanzien geldt het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd7486a3835bec327ed53a24a7565d224780131a2abdef2905392a52dd93404f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd7486a3835bec327ed53a24a7565d224780131a2abdef2905392a52dd93404f, en de alinea staat in dat document op bytes 14489 tot 15058.