Citaat | Hoge Raad 14 november 2000
Alinea 34 Hoge Raad 14 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8296.
In de als bewijsmiddel 14 aangehaalde brief van 31 mei 1995 aan de ABN-Amrobank vervolgens deelt de verdachte mee dat zij verwacht enige maanden nodig te hebben voor het verkrijgen van een goed overzicht van de schuld van [betrokkene C] en dat daarna een betalingsregeling zal worden voorgesteld. Uit bewijsmiddel 17 blijkt echter dat in de maand juni 1995 administratiekosten in rekening zijn gebracht aan [betrokkene C]. Bewijsmiddel 16 betreft een nadien ten behoeve van [betrokkene C] gedaan afbetalingsvoorstel (brief van 25 oktober 1995).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056, en de alinea staat in dat document op bytes 13231 tot 13788.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056 | shasum -a 256