Citaat | Hoge Raad 14 november 2000
Alinea 92 Hoge Raad 14 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8296.
6.2. Na het verstrijken van de in art. 437, tweede lid, Sv vermelde termijn kan een middel van cassatie niet meer worden ingediend. Een verzuim, evenwel, van de griffier van het gerecht dat het vonnis of arrest heeft gewezen om een stuk (zoals de onderhavige, aan het proces-verbaal in hoger beroep gehechte, pleitnota) als deel uitmakend van de gedingstukken aan de griffier van de Hoge Raad in te zenden, zal, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen, onder omstandigheden kunnen meebrengen dat de raadsman op diens verzoek door de rolrechter, ondanks het verstrijken van de zojuist bedoelde termijn, alsnog een termijn wordt gegund om een aanvullend middel in te dienen, voorzover kennisneming van het ontbrekende stuk voor de opstelling van dat middel onontbeerlijk is. De toewijzing van een dergelijk verzoek zal afhangen van het tijdstip waarop het verzoek vóór het verstrijken van de in art. 437, tweede lid, Sv vermelde termijn rederlijkerwijs kan worden gedaan, omdat van de verdediging mag worden verlangd dat zij tijdig een verzuim als hier bedoeld, ontdekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056, en de alinea staat in dat document op bytes 28692 tot 29798.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056 | shasum -a 256