Citaat | Hoge Raad 14 november 2000
Alinea 93 Hoge Raad 14 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8296.
6.3. Vóór het verstrijken van de in art. 437, tweede lid, Sv vermelde termijn is een verzoek tot het stellen van een termijn voor het eventueel indienen van een aanvullend middel niet gedaan. Het thans ingetrokken tijdig ingediende tweede middel, waarin het ontbreken van de pleitnota in hoger beroep is gesignaleerd, kan niet als een zodanig verzoek worden beschouwd, aangezien de rolrechter slechts kennisneemt van de indiening van een cassatieschriftuur doch niet van de inhoud daarvan (vgl. art. 438). Niettemin zal de Hoge Raad in dit geval, aangezien de raadsvrouwe niet bekend kon zijn met de in 6.2 vervatte jurisprudentiële regel, het na verloop van vorenvermelde termijn alsnog ingediende tweede middel in behandeling nemen. Dit brengt mee dat een nadere conclusie zal worden gevraagd aan de Advocaat-Generaal, een en ander zoals hierna zal worden geformuleerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056, en de alinea staat in dat document op bytes 29818 tot 30705.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d61dc2b306834be67cc1c40341e5c8607dc4f3dafbc443d2671d2fe99145056 | shasum -a 256