Citaat | Hoge Raad 15 november 2000
Alinea 19 Hoge Raad 15 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8312.
3.3. Het middel betoogt dat belanghebbende op 24 november 1989 geen aanmerkelijk belang had. Uit de Memorie van Antwoord (Kamerstukken II 1962/63, 5380, nr. 19, blz. 72 r.k.) - betreffende de hiervóór in 3.2 vermelde wettelijke bepaling - komt naar voren dat bij de buitenlandse belastingplicht van degenen die een aanmerkelijk belang in een binnen het Rijk gevestigde vennootschap hebben centraal staat de sterke economische binding met Nederland die voortvloeit uit het bezit van een aanmerkelijk belang. De in artikel 39, lid 3, van de Wet bedoelde termijn van vijf jaar is kennelijk in het leven geroepen om te voorkomen dat de houder van een aanmerkelijk belang de heffing voor een belangrijk deel zou kunnen ontgaan door eerst zoveel aandelen te vervreemden, dat het door hem gehouden aandelenpakket niet langer aan de in voormelde wetsbepaling vervatte kwantitatieve eisen voldoet, en vervolgens dit resterende pakket onbelast van de hand te doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/697b24918969e2feb4a9cc799a09002b4776975263b7ccd0b3f9c6d92656a6c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 697b24918969e2feb4a9cc799a09002b4776975263b7ccd0b3f9c6d92656a6c5, en de alinea staat in dat document op bytes 7181 tot 8150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/697b24918969e2feb4a9cc799a09002b4776975263b7ccd0b3f9c6d92656a6c5 | shasum -a 256