Citaat | Hoge Raad 15 november 2000

Alinea 125 Hoge Raad 15 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8315.

Zoals in het kader van het civielrechtelijke begrip fusie de verdwijnende vennootschap ophoudt te bestaan, veronderstelt de fictieve fusie van art. 15 Wet Vpb. ’69, mijns inziens evenzeer het - zij het mogelijk niet voorgoed - verdwijnen van de dochtermaatschappij. Dat deze verdwijning niet gepaard gaat met een eindafrekening ex art. 16 Wet IB ’64, hangt samen met het geclausuleerde karakter van de na de fictieve fusie ontstane fiscale eenheid. Men leide dus uit het feit dat een eindafrekening als bedoeld in art. 16 voornoemd achterwege blijft, niet af dat de subjectieve belastingplicht van de dochtermaatschappij in stand is gebleven.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803, en de alinea staat in dat document op bytes 38708 tot 39370.